We denken vaak harder wanneer we anders moeten denken
Wanneer ik vastzit in een probleem, is mijn eerste reflex meestal voorspelbaar: meer informatie verzamelen, het probleem verder ontleden en nog wat harder nadenken.
Dat werkt prima zolang de oplossing ergens op hetzelfde denkpad ligt. Maar soms maakt het me vooral efficiënter in rondjes lopen.
We zijn goed in verticaal denken: stap voor stap redeneren, opties vergelijken en de meest logische oplossing kiezen. Het is de manier van denken waarmee we een idee bewijzen, verbeteren of uitvoeren. Alleen helpt ze nauwelijks wanneer het vertrekpunt zelf verkeerd zit.
Edward de Bono gaf dat andere soort denkwerk een naam: lateraal denken. Niet dieper graven in hetzelfde gat, maar even stoppen met graven en op een andere plek beginnen.
Creativiteit als vaardigheid
Lateraal denken wordt vaak verward met spontaan creatief zijn. Alsof sommige mensen nu eenmaal originele ideeën hebben en anderen niet.
De Bono draaide dat om. Volgens hem herkennen onze hersenen voortdurend patronen. Dat is nuttig: zonder patronen zouden we elke alledaagse situatie opnieuw moeten uitvinden. Maar hetzelfde mechanisme sluit ons ook op in oplossingen die we al kennen. Zijn antwoord was geen oproep om vrijblijvender te brainstormen, maar een verzameling bewuste denkbewegingen waarmee je zo’n patroon kunt onderbreken.
De kern is voor mij dit:
Een nieuw idee hoeft niet onmiddellijk juist te zijn. Het moet eerst beweging veroorzaken.
Dat voelt onnatuurlijk. We zijn getraind om een idee meteen te beoordelen. Haalbaarheid? Kostprijs? Risico? Bewijs? Bij lateraal denken stel je dat oordeel even uit. Niet omdat kwaliteit onbelangrijk is, maar omdat een idee geen kans krijgt om ergens toe te leiden wanneer je het al bij de voordeur tegenhoudt.
Eén probleem, acht denkbewegingen
De technieken hieronder vertrekken allemaal van exact hetzelfde probleem:
Ons team vergadert veel, maar beslissingen blijven toch liggen.
Het interessante is niet welke oplossing de beste is. Kijk vooral hoe elke techniek een andere richting opent. Klik op de denkbewegingen en vergelijk wat ze met hetzelfde vertrekpunt doen.
Interactieve verkenning
Eén probleem, acht denkbewegingen
Kies een techniek. Elke techniek duwt exact hetzelfde probleem in een andere richting.
Kies de blokkade, niet je favoriete techniek
Niet elke techniek past bij elk probleem. Ik kies daarom niet op basis van welke methode ik het leukst vind, maar op basis van de vorm waarin ik vastzit.
- Komen alle ideeën op hetzelfde neer? Voeg een willekeurige prikkel toe.
- Voelt een regel onaantastbaar? Gebruik een provocatie.
- Wordt iets als vanzelfsprekend beschouwd? Keer de aanname om.
- Probeer je één oplossing steeds verder te verbeteren? Klim met een conceptwaaier terug naar het doel.
- Bestaat dezelfde probleemstructuur elders? Maak een geforceerde analogie.
- Heb je al iets dat werkt, maar wil je varianten? Gebruik SCAMPER.
- Lopen feiten, gevoelens en kritiek door elkaar? Orden het gesprek met de zes denkhoeden.
- Blijft iedereen veilig en voorzichtig? Ontwerp bewust het slechtst mogelijke idee.
Dat verschil is belangrijk. “Laten we brainstormen” is geen methode. Het is hoogstens een uitnodiging. Een concrete denkbeweging verandert wat je vervolgens doet.
Eerst divergeren, daarna pas kiezen
Lateraal denken vervangt logisch of kritisch denken niet. Het komt ervoor.
Ik zie het als twee aparte bewegingen:
- Divergeren: patronen doorbreken en richtingen maken die er voordien niet waren.
- Convergeren: die richtingen toetsen aan feiten, beperkingen, risico’s en waarde.
Wanneer we beide tegelijk proberen te doen, wint convergent denken bijna altijd. Het eerste ongebruikelijke idee botst op een terecht bezwaar en de groep keert terug naar wat ze al kende. Daarom helpt een eenvoudige tijdsgrens: tien minuten lang alleen beweging maken, daarna pas evalueren.
Ook de zes denkhoeden worden vaak verkeerd gebruikt. Het zijn geen persoonlijkheidstypes die je over de deelnemers verdeelt. In een groep draagt iedereen op hetzelfde moment dezelfde denkhoed: eerst bijvoorbeeld de feiten, daarna de risico’s, vervolgens de mogelijkheden. Zo onderzoek je samen één richting zonder voortdurend tussen soorten denken te botsen.
Een gereedschapskist, geen stamboom
De acht technieken in de interactieve verkenning vormen mijn praktische gereedschapskist rond lateraal denken. Ze zijn niet alle acht door De Bono bedacht.
De Bono introduceerde de term lateral thinking en ontwikkelde onder meer provocatie en de Six Thinking Hats. SCAMPER werd door Bob Eberle opgebouwd uit eerder werk van Alex Osborn; de oorspronkelijke publicatie is terug te vinden in het ERIC-archief. Omkeren, analogieën maken en het slechtst mogelijke idee zoeken komen ook in andere creatieve tradities voor.
Voor het gebruik maakt die stamboom weinig verschil. Voor de toeschrijving wel. Ik zie ze daarom niet als “acht technieken van De Bono”, maar als acht manieren om het soort beweging dat hij beschreef praktisch te maken.
Wat dit met software te maken heeft
In software zijn we bijzonder goed geworden in verticale snelheid. We kunnen sneller analyseren, genereren, implementeren en controleren dan ooit. AI versterkt dat nog: geef een herkenbaar probleem en je krijgt in seconden een herkenbare oplossing.
Maar wanneer iedereen vertrekt van dezelfde aannames, produceert meer snelheid vooral meer varianten van hetzelfde.
Lateraal denken helpt net vóór dat punt. Niet met de vraag “hoe bouwen we dit beter?”, maar met vragen als:
- Wat als we dit helemaal niet bouwen?
- Welke regel behandelen we als natuurwet terwijl ze ooit gewoon een keuze was?
- Waar is deze feature eigenlijk een manier voor?
- Welk ander domein heeft dezelfde stroom, wachtrij of bottleneck al opgelost?
Dat zijn geen magische vragen. Ze garanderen geen goed idee. Ze vergroten wel de kans dat er iets ontstaat wat je met alleen analyse nooit had gevonden.
Probeer het klein
Je hoeft er geen workshop van een halve dag van te maken. Neem één concreet probleem, kies de techniek die bij je blokkade past en zet een timer op tien minuten.
Schrijf de vreemde tussenstappen ook op. Vaak is de provocatie zelf onbruikbaar, maar zit er één interessant principe onder. “Tijdens de vergadering mag niemand beslissen” is geen werkbaar beleid. Het kan je wel laten zien dat de beslissing misschien vóór de vergadering moet worden voorbereid.
Daar zit voor mij de waarde van lateraal denken: niet in absurde ideeën, maar in de nieuwe beweging die zo’n idee mogelijk maakt.
Soms moet je niet harder nadenken.
Soms moet je gewoon even opzij.